Matthijs_Vleesch_du_Bois_Website

Familiegeschiedenis

Waalse kerk Rotterdam in 1690
Een Fransman op de vlucht
Nadat Lodewijk XIV in 1685 het Edict van Nantes herriep, vestigde zich een stroom van Franse Hugenoten in Rotterdam. Eén van hen is onze voorvader Pierre du Bois (1667-1726), die op 29 april 1691 in de Waalse kerk trouwt met de domineesdochter Anne Marie Canij (1672-1725). Pierre is waarschijnlijk op 21 maart 1667 geboren in Saint Claud, Frankrijk (département Charente), als zoon van Guillaume Dubois en zijn echtgenote Marie (achternaam onbekend).

Omstreeks 1700 bestaat 5% van de Rotterdamse bevolking uit Fransen. Deze protestantse geloofsvluchtelingen zijn vaak hoog opgeleid en leveren een belangrijke bijdrage aan de economie, kennis en cultuur van de stad.

Koopmannen en dominees
Voor zover bekend hebben Pierre en Anne Marie vier kinderen gekregen, waarvan er bij hun overlijden drie volwassen waren, waaronder onze voorouder David du Bois (1692-1774). Wat er van Paul Adriaen is geworden, is vooralsnog onduidelijk. Marie Anne (Marianne) woonde later in Dordrecht is was getuige bij de doop van enkele kinderen van Davids zoon Adriaan.

Uit talloze notariŽle akten blijkt dat David loodwitmaker en koopman was en onder meer grondstoffen (zaden) importeerde en exporteerde. Kennelijk gaan de zaken hem voor de wind, want als hij in 1726 op het punt staat te trouwen met Agatha Vonk (1697-1769), vergroot hij de erfportie van de twee nog levende kinderen uit zijn eerste huwelijk met Cornelia van de Corput, vanwege zijn "merkelyke winsten en progressen" sinds haar overlijden in 1719. Vanaf in elk geval 1726 woonde David op 't Haringvliet, bij de Koestraat.

't Haringvliet in 1762
De twee overlevende kinderen uit het huwelijk met Cornelia van de Corput zijn waarschijnlijk Davids zoon DaniŽl en zijn oudste dochter Anna Catharina (soms in aktes ook Johanna Catharina genoemd). Uit een testament van Anna Catharina weten we dat DaniŽl is overleden in Canton (China), alhoewel niet duidelijk is wanneer[1]. Het is bekend dat de VOC handelde op Canton, onder meer in thee en porselein.

Onze voorvader Diederik (1734-1827) stamt uit het tweede huwelijk van David (met Agatha Vonk) en was, net als zijn vader, loodwitmaker en koopman. Zijn broer Adrianus is eveneens koopman en woont in Dordrecht. Hij heeft gedurende enkele decennia aantekeningen bijgehouden van geboorten, huwelijken en sterfgevallen in zijn familie, die een belangrijke aanvullende bron voor het onderzoek bieden. Een andere zoon van David, Johannes Adrianus, wordt predikant en staat vanaf 29 maart 1958 in 's-Heer Arendskerk (Zeeland) en later in de plaatsen Ouddorp, Den Bommel en Zuidland.

De bevalling van een tweeling wordt Diederiks eerste vrouw Johanna van der Maas (1737-1771) fataal. Op 7 mei 1771 wordt zij begraven, twee dagen vóórdat de tweeling wordt gedoopt. Diederik hertrouwt reeds enkele maanden later met Agatha Dick (1744-1805), met wie hij nog zeven kinderen krijgt. Als Agatha Dick in 1805 overlijdt, wordt op haar begrafenisakte vermeld dat zij zeven kinderen heeft, waarvan vijf meerderjarig en twee minderjarig. Dat impliceert dat al haar kinderen ten tijde van haar overlijden nog in leven waren. Vermoedelijk is Diederik kort na het overlijden van zijn vrouw van Rotterdam naar Dordrecht verhuisd, waar reeds meerdere van zijn kinderen woonden. Daar overlijdt hij op 28 februari 1827, maar liefst 92 jaar oud.

Een faillissement en een dubbele naam
Via Diederik komen we uit bij diens zoon Jacob du Bois (1768-1814). Op verzoek van zijn vader wordt Jacob op 6 april 1792 opgenomen in het Stads Krankzinnig en Beterhuis van Dordrecht, waar hij twee jaar verblijft[2]. Op 1 april 1798 trouwt Jacob te IJsselstein trouwt met Martina Vleesch (1772-1852). Jacob en Martina blijven in IJsselstein wonen, evenals Martina's ouders Martinus Vleesch en Anna Margrietha Franken. In 1801 wordt de oudste dochter van Jacob en Martina geboren, Agatha Johanna. In 1803 wordt een tweede dochter geboren: Anna Margaretha.

In augustus 1803 verschijnt er in een plaatselijke krant een oproep met de volgende tekst: Alle de geenen, die iets te pretendeeren hebben van, of verschuldigd zyn aan de geabandonneerde Boedels van JACOB du BOIS en deszelfs Huisvrouw MARTINA VLEESCH, wonende te IJsselstein; gelieven daarvan opgave of betaalinge te doen aan H. ter Bruggen, Secret. der Stad IJsselstein, in qualiteit als Mede-Curator in de voorsz. Boedels, en zulks uiterlijk voor den 1 Sept. 1803. Achter deze kleine advertentie schuilt een groot drama: Jacob en Martina zijn failliet. Zij verhuizen vervolgens naar Heeze (NB), waar in 1807 onze voorvader Martinus (1807-1886) wordt geboren. In 1806 stelt Martina zich borg zodat Jacob kan gaan werken als 'gaarder en ontvanger der onbeschreven middelen' [3]. Uit het bevolkingsregister blijkt dat Jacob in 2010 nog steeds werkzaam is als 'receveur'[4].

Jacob en Martina geven hun zoon als voornamen zowel de voor als achternaam van Martina's vader, Martinus Vleesch. Ten tijde van de Republiek kwam dat gebruik vaker voor, alhoewel uiteindelijk niet bekend is waarom Jacob en Martina hiervoor hebben gekozen. In elk geval is op die wijze de dubbele achternaam van de familie ontstaan.

In 1812 wordt opnieuw een zoon geboren, Diderick, die helaas binnen enkele weken overlijdt. In 1814 overlijdt ook Jacob, slechts 46 jaar oud. Martina is dan 41, weduwe en heeft de zorg voor drie kinderen van 13, 11 en 7 jaar oud. Het is aannemelijk dat rond die tijd de oudste dochter Agatha bij haar opa Martinus in IJsselstein is gaan wonen. In 1815 sterft namelijk Martina's moeder; men kan zich indenken dat haar vader (dan 73 jaar oud) wel wat hulp kan gebruiken, terwijl Martina dan een mond minder te voeden heeft. In elk geval woont Agatha in 1820 bij haar opa Martinus in IJsselstein. In dat jaar overlijdt zij, op haar 18e. Martina hertrouwt in 1818 met Michiel Maartens, een gepensioneerd luitenant, met wie zij in 1820 - op haar 46e - nog een dochter krijgt, Maria Regina. Helaas overlijdt Maria anderhalf jaar later. In 1822 sterft ook Martina's dochter Anna, 19 jaar oud. Van het oorspronkelijke gezin van Martina is dan alleen nog Martinus over, de stamvader van onze familie.

Martinus trouwt in 1847 te 's-Hertogenbosch met Louwerina van Tiel. Tussen 1853 en 1857 verhuist het gezin naar Dordrecht. Het is niet duidelijk of de verhuizing naar Dordrecht verband houdt met het feit dat daar nog een aantal familieleden van Martinus woont. Vier zonen van Martinus krijgen nakomelingen en vormen zo elk één van de takken van de familie Vleesch du Bois/Vleesch Dubois.

Volg vanaf hier de stamboom van Martinus Vleesch du Bois.
Bekijk de kwartierstaat (alle bekende voorouders) van Martinus Vleesch du Bois.


Verspreiding in 1947
plaatsaantal
Amsterdam33
Blokker8
Arnhem7
Koog a/d Zaan5
Dordrecht3
Alkmaar2
Hoorn2
Den Helder1
Deventer1
's-Gravenhage1
Noordbroek1
Rotterdam1
Utrecht1
Zuilen1
totaal67
Na het de Tweede Wereldoorlog werd in Nederland een volkstelling gehouden. De resultaten hiervan zijn openbaar en geven een aardig overzicht van de verspreiding van de verschillende familienamen in Nederland. Het overgrote deel van de familie Vleesch du Bois/Vleesch Dubois[5] woonde inmiddels in Amsterdam. In Dordrecht, waar de familie oorspronkelijk vandaan komt, woonden nog maar drie familieleden.

Het is lastig een goed overzicht te krijgen van de huidige omvang en samenstelling van de familie. Uit oogpunt van privacy zijn de akten van de burgerlijke stand van de afgelopen decennia niet openbaar. In 2007 woonden in Nederland tussen de 60 en 66 personen met de naam Vleesch du Bois, Vleesch Dubois of Vleesch-Dubois.[6]

De verspreiding buiten Nederland laat zich nog moeilijker vaststellen. De website worldnames.publicprofiler.org levert beperkte resultaten op in Nieuw-Zeeland (Vleesch du Bois) en België (Vleesch Dubois). Uit informatie van Google Analytics blijkt dat de belangstelling voor deze website in de periode van maart 2010 tot en met maart 2012 voor 84% afkomstig was uit Nederland, voor circa 8% uit België, gevolgd door Brazilië (1,47%), de Verenigde Staten (1,15%) en voor minder dan één procent uit landen als Duitsland, Frankrijk, Groot Brittanië, Australië, Canada en Zuid-Afrika.


noten

1. Mogelijk is Daniel overleden als opvarende van VOC-schip 'Voorduin' op 29-09-1733, onbekend waar dat schip heenging. Een andere mogelijkheid is dat hij is overleden als opvarende van VOC-schip 'Hof niet Altijd Winter' op 19-01-1746 (zie: vocopvarenden.nationaalarchief.nl).
2. bron: Register van geconfineerden in het Stads Krankzinnig en Beterhuis binnen Dordregt voor wie kostgeld wordt betaald 1761-1804, deel 1, Erfgoedcentrum DiEP, Archief: 22 Inventarisnummer: 579, folio 16.
Tekst:
Jacob du Bois
Is den 6e April 1792 volgens appointement van de Hooge Vierschaar van Schieland op de Requeste
van zijn vader Diderick du Bois van 7e April in dit Huis ingenoomen, en voor twee Jaren
geconfineerd, en gelogeerd in de eerste Classis, waar voor dus Jaarlijks moet worden betaald
Voor Kostgeld f 240-0-0
Voor gebruik van Beddegoed f 12-12-0
Voor Raseeren f 4-0-0
Het overige volgens Reekening fol.
Ontslagen 6 April 1794.

3. bron: Oud Rechterlijk Archief Heeze, Leende en Zesgehuchten, akte Borgtocht, 29-05-1806, Inventarisnummer 1697, Folio 65v
5. In Schiedam werd nog één persoon met de achternaam 'Vleesch' aangetroffen.